Taalelementen

Een film is meer dan aaneengeplakte beeldjes, net zoals taal meer is dan een verzameling woorden. In de spreektaal is het heel belangrijk waar je klemtonen legt, welk timbre je gebruikt, welke intonatie. Een zin als "mag ik de boter even" kan hilariteit opwekken in de ene situatie en net zo makkelijk een nauwelijks ingehouden woedeuitbarsting insinueren alleen al door de zeggen.

Filmtaal heeft al net zoveel expressiemogelijkheden, zoniet meer. Woordkeuze, klankkleur, context, ritme... het bestaat allemaal ook in de filmtaal. En zoals je taalvirtuozen hebt en taalklunzen, heb je ook filmtaalvirtuozen en onbeholpen sukkelaars. Die sukkelaars kom je echter minder tegen in de filmzaal dan in de boekhandel. Films zijn nu eenmaal duurder, en je krijgt niet vaak de kans om een tweede maal te flateren.
En net zoals bij de literatuur of andere kunstvormen het geval is, kom je soms filmkunstenaars tegen die jammer genoeg niets te vertellen hebben, en mensen men schitterende verhalen en inzichten die ze maar niet kunnen overbrengen zonder stotteren.

Met enige zin voor systematiek kun je de diverse taalelementen in drie groepen opdelen:

structuur:
dit kun je vergelijken met de structuurelementen in een roman of meer nog: een muziekstuk. De filmmaker beschikt net zoals de componist over thema's, variaties en evolutie. George Lucas noemt zijn StarWars-cyclus zelfs letterlijk een muziekstuk met beeldjes.

stijl:
hier hebben de makers een heel arsenaal, gaande van kleurgebruik (blauw is koeler en afstandelijker dan bruine tinten), acteerwerk, decor (idyllische landschappen of naturalistische, claustrofobische ruimtes), lensgebruik (harde lijnen, of soft focus), ondersteunende of contrasterende muziek tot montage (soepele overgangen of harde cuts). Globaal gezien spreken we hier over vijf grote groepen: de mise-en-scene, de cinematografie, het geluid, de montage en de plotvreemde of 'non-diegetische' elementen.

tonaliteit:
wanneer de filmmakers een stijleenheid doorheen hun film nastreven door een bepaalde kleur te laten overheersen (of weg te filteren), een bepaalde klankkleur te gebruiken en een tempo op te leggen, spreken we van de tonaliteit van die film. Dit gaat op de kijker inwerken, zodat hij zich, zelfs zonder verhaal in een bepaalde stemming begeeft.
Muziek, kleurgebruik en zacht acteerwerk maken van Driving Miss Daisy bijvoorbeeld een melancholisch geheel; het gebruik van primaire kleuren geeft Amelie een vrolijk, warm karakter, terwijl de overheersing van grijze tinten in Raining Stones van Ken Loach grauwe miserie suggereert.
Tonaliteit is dus niet één element, maar een samenspel, dat vooral opvalt als het het laat afweten. Soms breken regisseurs met opzet een toon (The Crying Game - een IRA-gijzeldrama wordt er plots, maar geheel terecht, een romantisch verhaal / Body Double begint als Vampierenfilm, maar wordt achtereenvolgens thriller, erotische film en zelfs videoclip), en slaagt er soms in dit aannemelijk te verkopen, hoewel niet elke kijker dit op prijs kan stellen.