Filmkritiek

Als we over film spreken, kunnen we het nauwelijks laten hem te evalueren. We zeggen heel graag dat het een "goede film" is, of dat die "op niks trekt". Filmbesprekingen gaan vaak meer over deze evaluaties, dan over de film zelf, en vrienden vertellen ons welke films we moeten gaan zien. Toch blijkt maar al te vaak dat we die aanraders zelf niet kunnen smaken, of dat we films die anderen de grond in boren, toch eigenlijk wel konden genieten. Filmbespreking lijkt dan meteen een heel persoonlijke aangelegenheid te zijn. Een kunstvorm, zeg maar, waar iedereen nog zijn zegje mag over hebben, zonder dat de Cultuurpausen hun meningen opdringen. Mooi zo, maar tegelijk beseffen we best dat er een verschil is tussen "ik vond het een mooie film" en "dit is een meesterwerk". Het zou maar erg zijn als we alleen van meesterwerken konden houden.

Wat maakt een film nu een meesterwerk? Wat zijn de criteria waarmee we een film kunnen beoordelen? Wanneer we filmbesprekingen gaan lezen of oordelen beluisteren, merken we dat er zeer uiteenlopende criteria gehanteerd worden:

  • Sommigen beoordelen een film aan de hand van zijn 'realisme': strookt de film wel met hun visie op de realiteit. Militair gepassioneerde filmkijkers zullen bijvoorbeeld klagen dat de uniforms niet perfect kloppen of een of ander wapen niet bij een bepaald bataljon hoorde. Of net heel gelukkig zijn dat de filmmakers het net wel goed hebben weten te krijgen.
    Anderen zullen klagen over de aannemelijkheid. "Wat een toeval dat Harry Sally net op het vliegveld ontmoet. Dat geloof ik niet."
    Deze twee criteria stroken niet met een brede opvatting van film, waar de plot en de mise-en-scene maar een kleine fractie van de hele filmtaal en filmbelevenis uitmaken. Wie klaagt er dat dialogen in I Claudius niet in het Latijn zijn? Klagen dat Star Wars minder geloofwaardig is dan 2001 is als janken dat Mickey Mouse niet zo veelzijdig kan acteren als Jack Nicholson.
  • Anderen zullen morele criteria hanteren om een film te beoordelen. Sommigen evalueren films zeer vaak op hun sociaal engagement (of het ontbreken eraan) en of ze er al dan niet mee akkoord kunnen gaan.
    Minderheden of verenigingen zullen vooral nagaan hoe hun groep in een film geportretteerd wordt (herinner u de reactie van het Vaticaan bij het recentste Filmfestival van Venetië, of de reacties van de homobeweging op de portrettering van travestieten in Flawless.)
    De veroordeling van films omwille van het gebruik van "te veel en te expliciet naakt" of "goor geweld" hoort ook hier thuis.
  • Nog pijnlijker is het om mensen het genre zelf als criterium te horen gebruiken: "Het is maar een western." "SF-films zijn belachelijk." Het kan natuurlijk best zijn dat je als kijker moeite hebt om je binnen de conventies van een aantal genres in te leven, maar dat zegt niets over de kwaliteiten van de film, maar des te meer over de beperkingen van de kijker.

Interessantere criteria zijn:

  • coherentie: hoe werken de vele elementen van het medium (vorm, stijl, tonaliteit) samen om de boodschap over te brengen?
    en hierbij: functionaliteit: hoe functioneel zijn de elementen? Zitten er scenes zonder functie? Hoe zit het met decor enz.
  • emotionele intensiteit: hoe krachtig, levendig en meeslepend is de prent?
  • complexiteit: hoe breed en hoe uitgediept zijn de vier elementen van de boodschap (emotie, verhaal, expliciete boodschap, impliciete betekenis)
  • originaliteit: (originaliteit om de originaliteit is zinloos, uiteraard) hoe gebruiken de filmmakers erkende conventies om er een nieuwe invulling of wending aan te geven?
  • vb. Memento (Christopher Nolan, 2001)

    Filmevaluaties op zich zijn weinigzeggend: "Memento is een meesterwerk" klinkt in de dagelijkse conversatie misschien wel goed, maar vertelt ons verder niets. Het wordt pas interessant als we ook criteria gaan gebruiken:

    coherentie van inhoud en vorm tonen ons het geheugenprobleem van het hoofdpersonage (de scenes volgen een streng causaal verband; de decors verhogen het anonimiteitsgevoel...) ; de achterwaartse montage is origineel gevonden en past bij het thema; de vraag of onze identiteit werkelijk enkel op ons geheugen is gebaseerd, en dat een verandering in kennis een andere identiteit kan opleveren kan een boeiende, complexe vraag zijn; en de identificatie met een versplinterde persoonlijkheid kan door sommigen als zeer intens worden ervaren.

    Een dergelijke evaluatie wordt pas echt interessant en boeiend wanneer ze ons via analyses van vorm en stijl terugneemt naar de film zelf, zodat we de film weer opnieuw genieten.
    Dit genieten moet dan ook het uitgangspunt zijn van een filmbespreking, niet het fouten zoeken of het spelletje "hoe kan ik een film op de grappigste wijze het graf in schrijven."